Langere afstanden hardlopen? Vergeet de korte intervals niet!

Duurtraining, een onmisbaar ingrediënt als je als hardloper langere afstanden wilt (gaan) lopen. Dat weten we eigenlijk allemaal wel, langer lopen betekent ook (kilo)meters maken in de training. Maar dat niet alleen. Vergis je, wij ‘prediken’ ook altijd dat ook intervaltraining onmisbaar is in je hardlooptraining. En weet je dat ook korte intervals – zelf als je langere afstandloper bent of wilt worden – van groot belang zijn? Here’s why!

>> Dit moet je weten als je een marathon wilt lopen

1. Snelheid volhouden
In een wedstrijd wil je harder lopen dan tijdens je trainingen. Dus moet je jouw lijf een handje helpen om te ‘herinneren’ hoe je jezelf sneller kunt verplaatsen, je benen sneller kunt bewegen en je core nog wat beter kunt aanspannen. En dus moet je dat trainen. Bij voorkeur als je vermoeide benen hebt, dus bijvoorbeeld aan het einde van je training. Op die manier simuleer je gelijk het doorzetten naar de finish toe, dubbele winst! Door intervals te doen van 150 tot 300 meter train je jouw ‘snelle uithoudingsvermogen’. Let’s go!

2. Efficiëntie
Bij een langzame duurloop ligt ‘slordig lopen’ op de loer. Je kent het vast, je tilt je voeten niet goed meer op, je knie-inzet is waardeloos en je core is al helemaal niet meer aangespannen dus rechtop lopen, ho maar! Als je snelheidstraining doet zal je looptechniek direct verbeteren en daarmee train je dus ook de efficiëntie van je lopen. je landing wordt beter, je gaat direct rechtop lopen, spant je core beter aan en die knie-inzet is ineens wel weer goed, evenals je afzet. Hoe vaker je dit traint, des te beter zal je looptechniek worden, ook tijdens je duurlopen. Door meer op efficiëntie te werken leer je namelijk om je looptechniek beter en langer vast te houden, ook op een lager tempo. Dus, heb je een lichte en rustige run op het programma? Gooi er dan een paar intervals in van 80 tot 150 meter op 90% je kunnen. Niet all-out maar technisch goed lopen en jezelf niet helemaal uitputten. Hoppa!

3. Powerrrrr
Vol sprinten, doe je dat wel eens? Veel lopers slaan dit over omdat ze geen sprinters zijn. Maar wist je al dat een volle sprint heel waardevol is? Je spreekt daarmee namelijk je ‘snelle vezels’ aan, je weet wel die wij eigenlijk allemaal erg verwaarlozen tijdens onze duurtrainingen. Maar juist door gebruik van die snelle vezels en het trainen van volle sprints bouw je kracht op! En die kracht kun je weer goed gebruiken tijdens je duurloop, zeker als de afstand vordert en de finish in beeld komt. De supersnelle sprints doe je over 50 tot 100 meter met vooraf een warming up van minimaal een kwartier en tussendoor voldoende rusttijd (zo’n 2 minuten) om te herstellen. Prima dus om af te wisselen met actief herstel in een laag tempo. Waar wacht je nog op? Sprinten!

Doe jij wel eens korte intervals?

Asics hardlopen

Meer voor runners:
Het hardlopen na een tijdje weer oppakken? Zo doe je dat!
Waarom je juist wel moet gaan hardlopen in de herfst
Rustig hardlopen: 6 tips
Veilig hardlopen met apps
Sneller hardlopen? 5 verrassende tips

Blijf up-to-date en volg ons op Facebook & Instagram (username @GlowMagNL).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *